Klein wijkt voor groot
Grote schepen kunnen niet snel hun koers of snelheid wijzigen. Grote schepen zullen meestal het midden van het vaarwater aanhouden. Roeiboten behoren tot de kleine schepen en moeten altijd wijken voor:
schepen langer dan 20 meter
beroepsvaart, vrachtboten, veerponten, vissersschepen en rondvaartboten.
Houd stuurboordwal
Kleine boten, dus ook roeiboten, die duidelijk rechts houden, mogen hun weg vervolgen als hun pas gekruist wordt door andere kleine schepen zoals zeilboten, motorboten of andere roeiboten. Door als roeier stuurboordwal te houden
geef je andere kleine schepen de gelegenheid om aan bakboord (links) in te halen.
geef je ruimte aan grote schepen (klein wijkt voor groot).
snijd je geen bochten af. Vrachtschepen en andere roeiboten hoor je meestal niet aankomen en kunnen je onaangenaam verrassen.

Houd ook in de bocht goed stuurboordwal
Open water
In situaties waar geen stuurboordwal aangehouden kan worden, bijvoorbeeld op open water, gelden de volgende regels:
Altijd wijken voor grote schepen!
Roeiboten wijken voor andere roeiboten die van rechts komen.
Roeiboten wijken voor zeilboten.
Motorboten wijken voor roeiboten (reken er echter niet op!).
in een betonde vaargeul stuurboordwal houden
Oplopen aan bakboord
Ook op het water geldt links inhalen.
Houd goed stuurboordwal om de oploper de ruimte te geven.
Minder indien nodig vaart om het oplopen zo kort mogelijk te houden.
Als oploper eventueel sneller roeien om zo snel mogelijk op te lopen.
Op bochtig of druk vaarwater niet langdurig naast elkaar varen.
Een groot schip aan de veiligste kant oplopen. Dat zal meestal stuurboord zijn.
Tijdig en duidelijk wijken
Als je moet wijken, doe dat dan duidelijk en op tijd. Maak er geen last minute- of millimeterwerk van.
Koers en snelheid behouden
Verander niet zo maar plotseling van richting of snelheid. Laat tijdig zien wat je van plan bent!
Anderen niet hinderen
Bij manoeuvres, zoals aankomen, afvaren, laten lopen, rondmaken en oplopen, mag je andere boten niet onnodig hinderen. Grote schepen mag je sowieso nooit hinderen!
Wacht met afvaren tot er genoeg ruimte is op het water.
Ga niet stilliggen bij bruggaten of vlak bij een onoverzichtelijke bocht.
Kijk bij het rondmaken of oversteken eerst of je doorgaande schepen niet hindert.
Goed zeemanschap
Je moet al het mogelijke doen om een aanvaring te voorkomen. Dit betekent wijken als blijkt dat de ander de vaarregels niet toepast of overtreedt.
Grote schepen gebruiken geluidsseinen voor het aankondigen van bepaalde manoeuvres of om te waarschuwen voor gevaarlijke situaties. Met de scheepshoorn kunnen stoten gegeven worden van verschillende lengte:
● Een korte stoot van ongeveer een seconde.
▬ Een lange stoot van ongeveer vier seconden
● Ik ga stuurboord uit
●● Ik ga bakboord uit
●●● Ik ga achteruit
●●●● Ik kan niet manoeuvreren, u moet uitwijken
▬ ▬ ● Ik wil oplopen aan stuurboord
▬ ▬ ●● Ik wil oplopen aan bakboord
▬ aandachtssein
▬ ● ▬ Verzoek tot brugbediening
●●●● ▬ Verzoek om medische hulp
▬ ▬ ▬ ▬ ▬ ▬ (reeks) Noodsein. Er dreigt een aanvaring!
Tussen een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang moet een roeiboot een wit licht voeren dat tot op 1 km rondom zichtbaar is. Zonder uitdrukkelijke toestemming van het bestuur mag bij de RVA gedurende deze periode niet geroeid worden.
Aanwijzingstekens en lichten
|
|
|
|
|
|
In-, uit- of doorvaren verboden
|
In-, uit- of doorvaren toegestaan |
Aanbevolen doorvaartopening, doorvaart uit de tegengestelde richting toegestaan |
Aanbevolen doorvaartopening, doorvaart uit de tegengestelde richting verboden |
|
|
In-, uit- of doorvaren wordt aanstonds toegestaan |
Vaste bruggen en vaste delen van bruggen
|
|
|
|
|
Verboden doorvaartopening |
Aanbevolen doorvaartopening, voor tegenliggende vaart verboden |
Beweegbare bruggen
Het kan voorkomen dat de rode en groene lichten slechts aan ιιn zijde van de doorvaartopening (als regel stuurboordszijde) zijn geplaatst.
Bruggen in bedrijf
|
|
|
|
Doorvaart verboden |
Doorvaart verboden, wordt aanstonds toegestaan |
Bruggen in bedrijf (vervolg)
|
|
|
|
Doorvaart gesloten brug toegestaan, tegenliggende vaart mogelijk |
Doorvaart gesloten brug toegestaan, voor tegenliggende vaart verboden |
|
|
|
|
Doorvaart toegestaan |
Doorvaart verboden, tenzij de doorvaartopening zo dicht is genaderd, dat stilhouden redelijkerwijs niet meer mogelijk is |
Bruggen buiten bedrijf
|
|
|
|
|
Doorvaart verboden |
Doorvaart gesloten brug toege-gestaan, tegenliggende vaart mogelijk |
Doorvaart gesloten brug toege-staan, voor tegenliggende vaart verboden |
|
|
|
Doorvaart toegestaan, brug is onbewaakt |
Sluis in bedrijf
|
|
|
|
|
Invaart of uitvaart verboden
|
Invaart verboden, wordt aanstonds toegestaan |
Invaart of uitvaart toegestaan
|
Sluis buiten bedrijf
|
|
|
|
Invaart verboden
|
Doorvaart toegestaan, sluis aan beide zijden openstaand |
Sluis met beweegbare brug (indien brug niet van aparte seingeving is voorzien)
|
|
|
|
|
Invaart sluis verboden, wordt aanstonds toegestaan |
Invaart of uitvaart sluis en doorvaart gesloten brug toegestaan |
Invaart of uitvaart sluis en doorvaart brug toegestaan |
Ga voor uitgebreidere informatie naar:
10 gouden tips voor roeiers
veilig varen
http://wetten.overheid.nl/zoeken
zoekterm: BPR (Binnenvaartpolitiereglement)