Om de roeibeweging optimaal uit te kunnen voeren is een goede afstelling van het voetenbord cruciaal. Als een voetenbord te ver van de roeier af staat, staan de handen bij de inzet de dicht op elkaar en heeft hij te weinig ruimte bij de uitzet (een boordroeier valt dan van zijn boord). Als een voetenbord te dicht bij de roeier staat, kan de roeier te ver oprijden en heeft hij te veel ruimte bij de uitzet. Bij een voetenbord dat te hoog staat kunnen de onderbenen bij de inzet niet verticaal genoeg komen. Als het te laag staat komen de onderbenen door de verticaal bij de inzet. Voor een goede afstelling geldt het volgende:
In de uitzethouding:
• Het bankje mag de achterstops niet raken
• De romp is ± 15°-20° doorgevallen (heuphoek)
• Scullen: duimen raken net de onderste ribben* (riemen mogen niet voorbij het lichaam gehaald kunnen worden) (ellebooghoek)
• Boordroeien: het uiteinde van de riem komt gelijk of iets naast de zijkant van het lichaam. (ellebooghoek)
In de inzethouding:
• Het bankje mag de voorstops niet raken
• Kniehoek is niet kleiner dan 45°: onderbenen (bijna) vertikaal d.w.z. knieën boven (of net achter)enkels
• Ongeforceerde, ontspannen houding
*Dit is de ideale hoogte. In de praktijk is de hoogte afhankelijk van de afstelling en gewichtsklasse van de boot.
|
|
|
Drie controlepunten bij de inzet en de uitzet: hoeken van ellebogen, heupen en knieën |
Een foute grip veroorzaakt blessures en is, eenmaal aangeleerd, niet makkelijk te corrigeren. Leer meteen een riem correct vast te houden. Begin de instructie elke keer met aandacht voor een correcte grip en het oefenen van het draaien.
Scullgrip
• Ontspannen met de duimen op het uiteinde van de handel, met een beetje doldruk naar buiten.
• De andere vingers zijn om de riem gekromd.
• De handpalmen zijn los van de riemen
• De pols blijft vlak tijdens de haal, in het verlengde van onderarm en handrug.
|
|
|
scullgrip |
Oarsgrip
• De handen liggen ongeveer 2,5 handbreedtes uit elkaar.
• De vingers zijn losjes, als haken, om de handel gekromd, met de duimen onder de handel.
• De handpalmen zijn los van de riemen
• Beide polsen zijn vlak tijdens de haal, in het verlengde van onderarm en de handrug.
|
|
|
oarsgrip |
Het draaien is een geleidelijke beweging.
Scullen
• Het draaien voor de inzet en terugdraaien na de inzet gebeurt door de druk van de vingers.
• De pols kantelt terug naar een vlakke stand tijdens het draaien voor de inzet.
• De binnenkant van de pols beweegt richting knieën bij het terugdraaien na de uitzet.
|
|
|
Kantelen van de pols na de uitzet |
Oarsen
• Het draaien van het blad, zowel bij de inzet als uitzet, wordt alleen door de binnenhand gedaan.
• Het terugdraaien na de uitzet gebeurt door de vingers en duim van de binnenhand. De binnenkant van de pols beweegt richting knieën
• De vingers van de buitenhand blijven om de riem gehaakt.
• De buitenhand blijft ontspannen en de pols vlak, waardoor de handel in de vingers kan draaien.
• De riem wordt voor de inzet gedraaid door druk van de binnenhand.
• Tijdens het draaien voor de inzet kantelt de pols terug naar een vlakke stand.
• Handen bevinden zich ter hoogte van het middenrif en iets ervoor.
• De ellebogen wijzen bij het scullen schuin en laag naar achteren.
• Bij het oarsen wijst de buitenelleboog schuin omhoog zodat de onderarm in het verlengde van de riem ligt.
• De schouders zijn ontspannen laag, bij het scullen op één lijn.
• Bij het oarsen ligt de binnenschouder lager dan de buitenschouder.
• De schouderkoppen wijzen altijd naar achter.
• De buik- en rugspieren zijn aangespannen (vormen een spiercorset). De schouders bevinden zich ±15°-20° graden achter het heupgewricht.
• Bekken: niet te ver achterover gekanteld (niet ingezakt, niet op het stuitje zitten).
• Knieën zijn gestrekt (niet overstrekt).
• Voeten: de hele voet heeft kontakt met het voetenbord.
• Het hoofd is recht, blik op de horizon gericht.
|
|
|
|
Uitzethouding bij scullen |
Uitzethouding bij oarsen |
• In een doorgaande beweging vanuit de haal. De riem behoudt de snelheid van de haal.
• Scullen: vanuit de ellebogen worden de onderarmen licht naar beneden geduwd.
• Bij het oarsen gebeurt het uitzetten voornamelijk met de buitenarm. De vingers van de buitenhand drukken de handel naar beneden. (Bij boordroeien is de buitenarm het verst van de dol).
• Het blad komt nu verticaal uit het water.
• Zodra het blad helemaal uit het water is wordt de greep wat losser en beweegt de binnenkant van de polsen richting knieën (niet verpakken) en draait het blad horizontaal (terugdraaien).
• Oarsers draaien het blad met hun binnenhand.
• De handpalmen zijn los van de handles.
Tijdens de recover moet de roeier aanvoelen hoe de boot onder hem doorglijdt en moet hij plotselinge verstoringen door wind of golven goed op kunnen vangen. Hiervoor moet hij zo veel mogelijk ontspannen en alle bewegingen zonder overmatige krachtsinspanning vloeiend in elkaar over laten gaan. Zo ontstaat een goede balans.
Wegzetten,
• De ellebogen worden in een doorgaande, ontspannen beweging gestrekt.
• De buik- en rugspieren zijn in deze fase ontspannen.
• De handen bewegen ontspannen, horizontaal, op één lijn, tot voorbij de knieën.
• Beginnende roeiers draaien de bladen geleidelijk verticaal zodra de handen voorbij de kniëen zijn. Gevorderde roeiers draaien geleidelijk boven de enkels.
• Draaien van het blad door de polsen geleidelijk terug te kantelen in een vlakke stand.
• De handpalmen zijn los van de handle.
|
|
|
|
Wegzetten bij scullen |
Wegzetten bij oarsen |
Inbuigen
• Bij beginnende roeiers gaan de schouders in een doorgaande, ontspannen beweging pas achter de handen aan als de ellebogen helemaal gestrekt zijn.
• Bij gevorderde roeiers volgen de schouders de handen tijdens het strekken van de ellebogen.
• Dit inbuigen gebeurt vanuit de heupen, die het scharnierpunt vormen.
• De stand van de onderrug zelf blijft onveranderd. De rug- en buikspieren zijn ontspannen.
Oprijden
• Vlak voor de schouders vooraan zijn komen de knieën geleidelijk omhoog, tot de knieën boven of iets achter de enkels zijn.
• Bij het scullen zijn de knieën maximaal een vuistdikte uit elkaar.
• Bij het oarsen komen knieën en ellebogen om en om.
• De snelheid van het oprijden is 1,5 tot 2 keer lager dan de snelheid van de haal. Bij een wedstrijdtempo verschuift de verhouding naar 1 op 1.
• Het oprijden gebeurt ontspannen en beheerst en is van begin tot eind constant.
• De spanning in rug- en buikspieren wordt opgebouwd.
• Water naderen: tijdens het laatste deel van het oprijden gaan de gestrekte armen ontspannen vanuit het schoudergewricht omhoog. De onderrand van het blad komt zo net boven het wateroppervlak.
|
|
|
oprijden |
• De schouders zijn laag, ontspannen en maximaal naar voren gestrekt.
• Bij het scullen zijn de schouders op dezelfde hoogte.
• Bij het oarsen is de buitenschouder hoger dan de binnenschouder, de buitenarm zit tussen de knieën.
• De handen zijn bij het scullen op één lijn.
• Bij het oarsen is de buitenhand voor de binnenhand.
• De handen zijn bij het scullen zover mogelijk uit elkaar, maar ongeforceerd.
• Bij het oarsen zij de handen ± 2,5 handbreedtes uit elkaar.
• De polsen zijn vlak, liggen het verlengde van de onderarm
• De ellebogen zijn bij het scullen gestrekt.
• Bij het oarsen is de buitenelleboog gestrekt, de binnenelleboog licht gebogen.
• De onderbenen zijn (bijna) vertikaal d.w.z. knieën boven (of net achter) enkels. De houding is ongeforceerd.
• De onderrug is gefixeerd, buikspieren aangespannen, romp en bovenbenen raken elkaar.
• Bekken: niet te ver gekanteld. Er is een natuurlijk evenwicht tussen een rechte of teveel gespannen rug en een ronde of geheel ontspannen rug.
• De bal van de voet of de hele voet heeft contact met het voetenbord.
• Het hoofd is recht, de blik naar de horizon gericht.
|
|
|
|
Inzethouding scullen |
Inzethouding oarsen |
• Tijdens het naderen van het laatste stukje van de voorstops gaan de gestrekte armen ontspannen vanuit het schoudergewricht nog iets verder (halve bladbreedte) omhoog en wordt het blad vertikaal geplaatst.
• Het blad wordt volledig door water bedekt (alleen het blad, niet de steel).
• De rug blijft gefixeerd in dezelfde stand, de buikspieren aangespannen.
Beginhaal
• Meteen na de inzet zet de roeier zich met de bal van de voet af tegen het voetenbord door de benen te strekken.
• De voeten houden de hele haal contact met het voetenbord. De druk op het voetenbord blijft gedurende de hele haal constant.
• De armen blijven zo lang mogelijk gestrekt en de schouders zo lang mogelijk naar voren gericht (hangen).
|
|
|
|
Eerste deel van de haal bij scullen |
Eerste deel van de haal bij oarsen |
Middengedeelte
• De schouders komen pas boven het heupgewricht als de benen bijna gestrekt zijn.
• De stand van de rug zelf blijft gefixeerd, alleen de hoek tussen bovenbenen romp wordt groter. De buikspieren blijven aangespannen.
|
|
|
|
Middengedeelte van de haal bij scullen |
Middengedeelte van de haal bij oarsen |
Eindhaal
• Als de gestrekte armen (bijna) boven de knieën zijn buigen de ellebogen actief.
• Bij het scullen zitten de handen links boven rechts, vlak bij elkaar, en bewegen in een rechte lijn tot vlak voor het middenrif.
• Bij het oarsen beweegt de buitenhand in een horizontale lijn tot vlak voor het middenrif.
• De voeten houden contact met het voetenbord.
• De rug- en buikspieren zijn aangespannen.
|
|
|
|
Eindhaal bij scullen |
Eindhaal bij oarsen
|
Roeien is een cyclische en soepele, natuurlijke beweging. Drastische, abrupte bewegingen belemmeren de snelheid van de boot. De beweging van de bladen is een direct gevolg van de bewegingen van de roeier. Een schematische weergave van goed bladwerk:
|
uitzet |
|
inzet |
Direct effect van de roeitechniek is ritme. Een goed ritme kenmerkt zich door:
1 Een krachtige, strakke eindhaal.
2 Een schone uitzet.
3 Een doorgaande beweging in het omkeerpunt achter.
4 Een goede balans om beheerst, ontspannen te kunnen rijden.
|
|
De DVD van de KNRB laat zien hoe de Nederlandse ploegen roeien. Daarbij wordt uitleg gegeven over de belangrijkste aspecten van de roeibeweging.
De Perfecte Haal is een film over de schoonheid van het roeien. |
|
|
DVD KNRB De Nederlandse Roeitechniek, 2005 |
|
DVD (NL/PAL) De Perfecte Haal Co Rentmeester |
http://www.youtube.com/watch?v=oghNu5yFVFA
Basic rowing technique I
http://www.youtube.com/watch?v=4of2r8By1LY
Basic rowing technique II
http://www.youtube.com/watch?v=Asbj3lwxMDQ
Basic rowing technique: Animatie
http://www.youtube.com/watch?v=8PRCx6RA0hI
Warm-up World Championships
http://www.youtube.com/view_play_list?p=A7DEDC253545DC11&playnext=1&playnext_from=PL&v=UYmODgeN0tU
Roeitechniek: Xeno Muller (Olympisch kampioen 2000) in de skiff
De Nederlandse roeitechniek
http://www.invernessrowingclub.co.uk/personal/fionamilne/fiona.html
Beeldje voor beeldje weergave van haalbeeld diverse internationale roeiers
http://www.youtube.com/view_play_list?p=A7DEDC253545DC11&playnext=1&playnext_from=PL&v=eqVmMd7FdAA
Roeitechniek op de ergometer