Afroeien in daarvoor aangewezen C4x+
Omgang met materiaal (hoofdstuk 16)
• zorgvuldig met het materiaal omgaan
• de boot en riemen op de juiste wijze tillen c.q. dragen
• de boot zorgvuldig en op juiste wijze in het water leggen en uit het water halen
• correct, zelfstandig en gelijk met ploeggenoten in- en uitstappen
• het voetenbord optimaal afstellen
• zelfstandig van het vlot komen, door afduwen met de riem of door slippend strijken.
• de boot niet onbeheerd aan het vlot laten liggen
• de boot niet te lang aan het vlot laten liggen
• de boot na gebruik schoon en droog maken
• riemen en roer schoon op hun vaste plaats opbergen
• boot op juiste wijze in de loods leggen
Roeien: verantwoorde techniek en goede uitvoering van de commando’s (hoofdstuk 7 en 12)
• de handles correct en ontspannen vasthouden
• de handles op de juiste hoogte aanhalen
• met beide riemen tegelijk roeien
• met gebruik van de hele sliding roeien
• watervrij roeien
• zich veilig voelen en ontspannen zijn
• uitzetbeweging, recover, inzetbeweging en haal uitvoeren zonder grove fouten als extreem roeien op de armen, rugopzwaai, diepen, vlaggen, zagen of door het bankje trappen
• gelijk met de partner(s) roeien
• gelijk met de partner(s) strijken
• slippen met één of beide riemen
• rondmaken met afwisselend strijken en halen
• met beide riemen tegelijk strijken
• houden met één riem toepassen bij: rondmaken, aanleggen, het maken van een koerswijziging
• houden met beide riemen toepassen bij het stilleggen van de boot
Sturen: veilig en verantwoord (zie STUREN)
• zelfstandig van het vlot komen, door afduwen met de riem of door slippend strijken.
• de koers bepalen, varen aan stuurboordwal, van koers veranderen zonder anderen te hinderen
• zelfstandig de juiste commando’s geven op het juiste moment met de juiste klemtoon voor:
o in het water leggen en uit het water halen van wherries
o het vertrekken van het vlot
o het stilleggen van de boot
o het manoeuvreren vanuit stilstand
o het aanleggen
• zelfstandig, zonder het vlot te raken, halend aanleggen, tegen de wind in
Kennis van veiligheid en vaarregels (hoofdstuk 13 en 14)
• de vaarregels en regels over veiligheid uit het handboek kennen en toepassen
Kennis van materiaal en daaraan verbonden verenigingsregels (hoofdstuk 15 en 16)
• de belangrijkste onderdelen van een C-boot kennen
• de belangrijkste onderdelen van de riem kennen
• de diverse boottypen bij de juiste benaming kennen
• een boot kunnen reserveren en afschrijven (zie hoofdstuk 15 Materiaal)
• schade aan het materiaal kunnen melden
Afroeien in daarvoor aangewezen C2x, op boeg en slag
Roeien: verantwoorde roeitechniek en goede uitvoering commando’s (hoofdstuk 16)
• zelfstandig van het vlot komen, door af duwen met de riem of door slippend uitzetten
• goede lichaamshouding (polsen, armen, schouders, rug, kniëen)
• een maken correcte uitzetbeweging, recover, inzetbeweging en haal, zonder elementaire fouten als roeien op de armen, roeien met extreem kromme polsen, door het bankje trappen, diepen, zagen en vlaggen
• de roeibeweging zonder grove fouten in de coördinatie uitvoeren
• watervrij roeien
• balans
• zich veilig voelen en ontspannen zijn
• gelijk met de partner roeien
• gelijk met de partner strijken
• slippen met één of beide riemen
• rondmaken met afwisselend strijken en halen met gebruik van de hele sliding
• met beide riemen tegelijk strijken
• houden met één riem toepassen bij: rondmaken, aanleggen, het maken van een koerswijziging
• houden met beide riemen toepassen bij het stilleggen van de boot
• noodstop kunnen maken
sturen (boeg) (zie STUREN)
• zelfstandig de juiste commando’s op het juiste moment met de goede klemtoon geven
• de koers bepalen, aan stuurboordwal varen, van koers veranderen zonder anderen te hinderen
• regelmatig omkijken
• veilig onder de Zegerbrug doorvaren
• zelfstandig, zonder het vlot te raken, halend en strijkend aanleggen, tegen de wind in, op een aangewezen plaats
kennis (hoofdstuk 15 en 16)
• Omgang met C- materiaal
• Kennis van vaarregels en veiligheid (zie handboek )
Afroeien in daarvoor aangewezen oefenskiff over een afstand van 1 km inclusief passeren van brug. Indien toestemming is verleend om in een 2x af te roeien wordt afgeroeid op boeg en slag.
verantwoorde roeitechniek en stuurvaardigheden (zie hoofdstuk7 en STUREN)
• zelfstandig van het vlot komen, door af duwen met de riem of door slippend uitzetten
• goede lichaamshouding (polsen, armen, schouders, rug, kniëen)
• een correcte uitzetbeweging, recover, inzetbeweging en haal maken
• de roeibeweging zonder storende fouten in de coördinatie uitvoeren
• watervrij roeien
• balans en zichtbare bootbeheersing
• zich veilig voelen en ontspannen zijn
• slippen met één of beide riemen
• rondmaken met afwisselend strijken en halen met gebruik van de hele sliding
• met beide riemen tegelijk strijken
• houden met één riem toepassen bij: rondmaken, aanleggen, het maken van een koerswijziging
• houden met beide riemen toepassen bij het stilleggen van de boot
• noodstop kunnen maken
• de koers bepalen, varen en veranderen
• zelfstandig, zonder het materiaal te beschadigen, halend en strijkend aanleggen, tegen de wind in, op een aangewezen plaats
toepassing van kennis m.b.t. sturen en materiaal (zie hoofdstuk 15 en 16)
• Vaarregels en regels m.b.t. veiligheid overtuigend toepassen
• Goede omgang met en kennis van skiff / glad materiaal
Afleggen van vaardigheidsproef in oefen 1x volgens KNRB-normen
Roeien: goede roeitechniek en uitstekende vaardigheden
• zelfstandig van het vlot komen, door af duwen met de riem of door slippend uitzetten
• goede lichaamshouding (polsen, armen, schouders, rug, kniëen)
• een correcte uitzetbeweging, recover, inzetbeweging en haal maken
• de roeibeweging zonder fouten in de coördinatie uitvoeren
• watervrij roeien
• een krachtige haal maken met behoud van techniek en coördinatie
• goede balans en volledige bootbeheersing
• een goede cadans
• zich veilig voelen en ontspannen zijn
• slippen met één of beide riemen
• soepel rondmaken met afwisselend strijken en halen met gebruik van de hele sliding
• soepel met beide riemen tegelijk strijken
• houden met één riem toepassen bij: rondmaken, aanleggen, het maken van een koerswijziging
• houden met beide riemen toepassen bij het stilleggen van de boot
• noodstop kunnen maken
• een duidelijke koers varen en veilig van koers veranderen
• zelfstandig, zonder het materiaal te beschadigen, halend en strijkend aanleggen, tegen de wind in, op een aangewezen plaats
sturen en materiaal
• goede omgang met wedstrijdmateriaal
• Kennis en toepassing van vaarregels en veiligheid (zie handboek )
Kan pas afgelegd worden na het behalen van de C-proef scullen
Afroeien in de daarvoor aangewezen C2+ of C4+, op SB en BB
• eisen t.a.v. roeitechniek, vaardigheden en kennis: zie C-proef scullen
Afroeien in daarvoor aangewezen 4+ op Sb en BB over een afstand van 1 km
• eisen t.a.v. roeitechniek, vaardigheden en kennis: zie Skiff 1
Hieronder staan Normen en regels bij het afleggen van een vaardigheidsproef
(uit: Reglement VP senioren KNRB)
• De roeiers en roeisters worden naar leeftijd en af te leggen afstand onderverdeeld in de volgende categorieën:
|
Dames |
|
|
Heren |
|
|
Categorie |
Afstand |
|
Categorie |
Afstand |
|
t/m 35 jaar 36 t/m 45 jaar 46 t/m 65 jaar 66 jaar en ouder |
16 km 14 km 12 km 10 km |
|
t/m 40 jaar 41 t/m 50 jaar 51 t/m 70 jaar 71 jaar en ouder |
20 km 18 km 16 km 14 km |
• De vermelde leeftijden dienen te zijn bereikt vòòr 1 januari van het lopende jaar.
• De proef kan worden afgelegd in de skiff of 2-/2+. Skiff 2 wordt afgelegd in de skiff.
|
Dames Boottype |
Tijd |
|
Heren Boottype |
Tijd |
|
skiff |
2 uur |
|
skiff |
2 uur |
|
2- / 2+ |
2 uur 10 minuten |
|
2- / 2+ |
2 uur 10 minuten |
• Voor proeven in 2-/2+ bemand door roeiers van verschillende leeftijdscategorieën, geldt als af te leggen afstand die van de jongste leeftijdscategorie.
• Proeven in 2-/2+ kunnen niet worden afgelegd door een dame en een heer samen.
De stuurtouwtjes
• Om goed te kunnen sturen moeten de stuurtouwen strak gespannen blijven en mogen ze niet gekruist zijn.
• De stuurtouwen mogen nooit door het water slepen.
• Slinger het stuurtouw nooit om je lichaam. Dit is gevaarlijk bij omslaan.
• De stuurtouwen zo vasthouden dat het roer zonder overbodige bewegingen bediend kan worden.
• Tijdens het strijken de touwen strak trekken en strak houden, om omklappen en daardoor afbreken van het roer te voorkomen.
• Altijd subtiel aan de touwtjes trekken: abrupt en hard trekken tijdens de haal remt, abrupt trekken tijdens het oprijden vertoort de balans.
• Kleine koerswijzigingen m.b.v. het roer, grote koerswijzigingen m.b.v. de roeiers.
• Sturen m.b.v. het roer heeft alleen effect als de boot snelheid heeft. Bij weinig snelheid sturen m.b.v. de roeiers.
Houding
Een stuurman moet zo stil mogelijk en recht boven de kiel blijven zitten zodat de balans niet wordt verstoord en de boot niet scheef ligt.
af te leggen in C4x+ (met roer)
• zelfstandig van het vlot komen, door af duwen met de riem of door slippend uitzetten
• zelfstandig de juiste commando’s op het juiste moment met de juiste nadruk geven
• een duidelijke koers varen, aan stuurboord wal varen, van koers veranderen zonder hinderen van anderen
• de belangrijkste verkeersregels te water kennen en toepassen
• veilig onder de Zegerbrug doorvaren
• de boot kunnen stoppen in een noodsituatie
• zelfstandig, zonder het vlot te raken, halend aanleggen, tegen de wind in, op een aangewezen plaats
• juiste omgang met materiaal (zie wherryproef)
• kennis van materiaal, veiligheids- en vaarregels (zie handboek)
• zelfstandig van het vlot komen, door af duwen met de riem of door slippend uitzetten
• een duidelijke koers varen
• stuurboord wal houden
• van koers veranderen zonder hinderen van anderen
• de belangrijkste verkeersregels te water kennen en toepassen
• veilig onder de bruggen doorvaren
• de boot kunnen stoppen in een noodsituatie
• zelfstandig, zonder het vlot te raken, halend en strijkend aanleggen, tegen de wind in, op een aangewezen plaats
• kennis van veiligheids- en vaarregels (zie handboek)
Stuurervaring opdoen in een 8+ o.l.v. een coach. De proef wordt door de Afroeicommissie toegekend, op voorspraak van de coach.
eisen
• ruime stuurervaring in een 8+ onder verantwoordelijkheid van een bevoegde ploeg, een ervaren slag-roeier en een coach op de kant
• duidelijk de leiding nemen
• zelfstandig de juiste commando’s geven op het juiste moment met de juiste nadruk
• Veilig passeren van de bruggen
• Veilig rondmaken en manoeuvreren zonder anderen te hinderen
• de koers bepalen, aan stuurboordwal varen, van koers veranderen zonder anderen te hinderen
• volledig overzicht van de (risico)situaties op het water tonen
• zelfstandig, zonder het vlot te raken, halend aanleggen, tegen de wind in, op een aangewezen plaats
• vereiste kennis en toepassing van de veiligheids- en vaarregels
• verantwoord en bewust omgaan met materiaal
Aanleggen

• Altijd tegen de wind in aanleggen.
• Vaar een snelheid die verantwoord is, lichte haal of spoelhaal. Bij harde tegenwind is iets meer snelheid nodig.
• Op een beperkte afstand van het vlot (ongeveer 20 meter) een hoek van 30° kiezen.
• Laat op tijd, maar bij harde tegenwind niet te vroeg, lopen. Laat de boeg altijd meekijken.
• Op tijd, maar maar bij harde tegenwind niet te vroeg, houden. De (punt van de) boot mag het vlot nooit raken.
• De riemen en bladen mogen het vlot niet raken.
• Na het aanleggen kunststof bladen met de bolle kant naar beneden op het vlot leggen.
• Aankomen kan ook strijkend, dit gaat op exact dezelfde wijze. Bij gestuurde boten het roer recht houden en de stuurtouwtjes strak, om afbreken te voorkomen.