• Volwassenen (vanaf 21 jaar)
o Introductie
o Beginnelingen
o C-materiaal (ploeg, individueel)
o Skiff 1 / Glad 1 scullen (oefenmateriaal, individueel / ploeg)
Skiff 2 en Glad Oars 1 gaan via coaching.
• Jeugd (via jeugdcoördinator)
• Het aanleren van een goede roeihaal
• Het aanleren van goed stuurmansschap
• Het aanleren van de benodigde vaarregels
• Het zorgvuldig leren omgaan met materiaal
• Het aanleren van de benodigde materiaalkennis
• Het halen van bevoegdheden d.m.v. toetsing van vaardigheden en kennis door een afroeifunctionaris
• Het vertrouwd maken met de vereniging
(bron: KNRB en FISA)
• Volwassenen zijn over het algemeen angstiger dan jeugd
• De meest adequate instructiemethode voor deze doelgroep is de klassieke methode
• De klassieke methode gaat uit van breed materiaal en de hele roeibeweging
• Beginners bij voorkeur leren scullen
• Op twee momenten in het jaar wordt de basisinstructie gestart: na de ledenwerfacties in het voor- en najaar.
• De basisinstructie omvat ± 20 lessen.
• Geïnteresseerden kunnen zich opgeven voor een kennismakingscursus van 4 lessen, tegen betaling van een door het bestuur vastgesteld bedrag. Als men besluit lid te worden wordt dit betaalde bedrag in mindering gebracht op de contributie.
• In het voorjaar melden zich gemiddeld 20 nieuwe leden voor de basisinstructie, in het najaar gemiddeld 15 (peiljaar 2010).
• De meest voorkomende leeftijd van beginnende roeiers bij de R.V.A. is > 25 jaar
• Alle beginners krijgen tegelijkertijd op vaste tijdstippen instructie.
• Voordeel van vaste instructietijden is dat nieuwe leden makkelijk contacten kunnen leggen binnen de RVA:
o Beginners leren elkaar allemaal kennen. Dit is belangrijk met het oog op groepsvorming na afloop van de basisinstructie: het beruchte zwarte gat
o Roeiers kunnen makkelijk onderling wisselen of iemand vervangen.
o Meerdere instructeurs geven tegelijkertijd instructie. Zo kunnen ze elkaar stimuleren en adviseren en het is socialer.
o De mogelijkheid om elkaar af te wisselen zorgt ervoor dat instructeurs minder van hun vrije tijd hoeven investeren en dat maakt instructie geven aantrekkelijker.
o Nieuwe leden zijn niet afhankelijk van één instructeur, waardoor de continuïteit van de instructie beter gegarandeerd is.
• Beginners krijgen scull-instructie in C-vieren
• Instructie in een C4x i.p.v. in de traditionele wherry, heeft de volgende voordelen:
o een C4 heeft een sportievere uitstraling dan een wherry
o er is per les maar 1 instructeur op 4/5 roeiers nodig, i.p.v. 1 op 2
• Er wordt afgeroeid voor een Basisbevoegdheid scullen: de bevoegdheid voor het roeien in wherries en C4x+ en C2x+.
• Daarnaast leggen de roeiers een proef af voor het sturen: Bevoegdheid voor het sturen van alle boten, behalve 8+
C-proef scullen
• Na de basisinstructie kunnen roeiers zich opgeven voor instructie resp. afroeien in een C2x
• Leidt op tot de bevoegdheid voor roeien in C1x en C2x.
C-proef oarsen
• Na het behalen van de C-proef scullen kan men zich opgeven voor instructie in een C2+ of C4+.
• Leidt op tot de bevoegdheid voor roeien in een C2+ en C4+.
Skiff 1
• Na het behalen van de C-proef scullen kunnen roeiers zich opgeven voor instructie en afroeien in een oefenskiff.
• Skiffinstructie voor Skiff 1 wordt i.v.m. de watertemperatuur alleen gegeven vanaf april t/m september.
• Leidt op tot de bevoegdheid voor het roeien in een oefen 1x.
Glad Oars
• Glad Oars is is gericht op wedstrijdroeien en valt onder coaching
• Om in wedstrijdboten te mogen varen is de vereiste bevoegdheid en de toestemming van de wedstrijdcommissaris nodig.
Skiff 2
• Skiff2 valt bij wedstrijdroeiers onder coaching, anders onder instructie
• De kant is het meest ideale gezichtspunt voor een goede observatie. Idealiter zou bij beginners die nog niet kunnen sturen dus ook nog een ervaren stuurman moeten sturen.
• Een instructeur
o Heeft voldoende kennis van de roeitechniek
o Heeft een goed beeld van de juiste roeitechniek
o Kan kennis en vaardigheden in duidelijke taal overbrengen
o Kan verantwoordelijkheid nemen voor de veiligheid van de roeiers
o Kan goed observeren, fouten analyseren en corrigeren
o Heeft goede kennis van de afroei-eisen
o Heeft goede kennis van commando’s, stuurtechniek en vaarregels
o Heeft goede kennis van materiaal
o Heeft goede kennis van de verenigingsregels
o Heeft goede sociale vaardigheden
• De eisen voor het slagen zijn per bevoegdheid beschreven (zie Afroei-eisen).
• Instructeurs en afroeifunctionarissen zijn inhoudelijk goed op de hoogte van deze eisen
• De eisen worden getoetst a.d.v. duidelijk omschreven observatiepunten (zie Roeitechniek en Observatiepunten).
• Instructeurs en afroeifunctionaris hanteren de observatiepunten tijdens de instructie resp. het afroeien.
• De afroeifunctionaris motiveert het slagen / zakken a.d.v zijn aantekeningen bij de observatiepunten (zie Afroeiformulier).
• De afroeifunctionaris bespreekt achteraf zijn bevindingen met de instructeurs
Alle benodigde documentatie voor instructie en afroeien is te vinden in dit handboek.